Mathorio
Antwoorden
Tweestapsongelijkheden
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Trek 3 af: . Deel door 2: . Geen omdraaien want 2 is positief.
- 2.Los op: . Wat is de grenswaarde voor ?
Antwoord: 7
Tel 6 op: . Deel door 3: . De grenswaarde is 7.
- 3.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Trek 4 af: . Vermenigvuldig met 2: .
- 4.Los op:
Antwoord: 3
- Wat trekken we eerst van beide kanten af? 8
- Na het aftrekken van 8, hebben we ? 12
- Deel beide kanten door 4. Wat is ? 3
- Wordt het teken omgedraaid? (ja/nee) nee
- 5.Los op: . Wat is de grenswaarde?
Antwoord: 7
Tel 10 op: . Deel door 5: . De grens is 7.
- 6.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Trek 6 af: . Deel door -2 en DRAAI OM: .
- 7.Los op:
Antwoord: -3
- Trek 9 af van beide kanten. Wat is ? 9
- We moeten delen door -3. Wordt het teken omgedraaid? (ja/nee) ja
- Na deling door -3 en omdraaien, is... (>= of <=)? >=
- Hoeveel is ? -3
- 8.Los op: . Wat is de grenswaarde voor ?
Antwoord: -4
Trek 7 af: . Deel door -2 en draai om: . De grens is -4.
- 9.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Trek 5 af: . Vermenigvuldig met -3 en draai om: .
- 10.Los op:
Antwoord: -3
- Trek 8 af van beide kanten. Wat is ? 15
- We delen door -5. Wordt het teken omgedraaid? (ja/nee) ja
- Hoeveel is ? -3
- Het eindantwoord is ... (< / > / <= / >=) -3 <=
- 11.Los op: . Wat is de grenswaarde?
Antwoord: -5
Tel 8 op: . Deel door -4 en draai om: . De grens is -5.
- 12.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Vermenigvuldig met 3: . Trek 4 af: . Deel door 2: .
- 13.Los op:
Antwoord: -1
- Vermenigvuldig beide kanten met -2. Wordt het teken omgedraaid? (ja/nee) ja
- Na vermenigvuldiging met -2 en omdraaien, ... (>= of <=)? >=
- Hoeveel is ? -12
- Los nu op. Tel 9 op: ? -3
- Deel door 3: ? -1
- 14.Los op: . Wat is de grenswaarde?
Antwoord: 3
Trek 15 af: . Deel door -6 en draai om: . De grens is 3.
- 15.Los op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Trek 5 af: . Deel door -7 en draai om: , of .
- 16.Een telefoonabonnement kost 20 euro per maand plus 0,05 euro per sms. Als je maximaal 35 euro kunt uitgeven, hoeveel sms'jes kun je versturen?
Antwoord: 300
- Wat zijn de vaste maandelijkse kosten? 20
- Als je sms'jes stuurt, zijn de variabele kosten... 0,05t
- De ongelijkheid is . Trek 20 af: ? 15
- Deel door 0,05: ? 300
- 17.Je hebt 200 euro gespaard. Elke week geef je 15 euro uit. Je wilt minstens 50 euro overhouden. Voor hoeveel weken kun je dit doen?
Antwoord: 10
. Trek 200 af: . Deel door -15 en draai om: . Je kunt dit voor 10 weken doen.
- 18.Een vriezer start op 8°C en koelt met 4°C per minuut. Het moet maximaal -12°C bereiken. Na hoeveel minuten?
Antwoord: 5
- Na minuten is de temperatuur . Dit moet maximaal -12 zijn. Welk ongelijkheidsteken? (< / <= / > / >=) <=
- Trek 8 af van beide kanten: ? -20
- Deel door -4. Wordt het teken omgedraaid? (ja/nee) ja
- Na omdraaien, ... (< / <= / > / >=)? >=
- Hoeveel is ? 5