Mathorio
Antwoorden
Rationale uitdrukkingen optellen (gelijke noemers)
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Wat is ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Tel de tellers op: . Houd de noemer: .
- 2.Vereenvoudig: . Voer de teller van je antwoord in.
Antwoord: 3x+4
De som is . De teller is .
- 3.Welke waarde mag NIET zijn voor de uitdrukking ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Als , dan is , wat de noemer nul maakt. Delen door nul is niet gedefinieerd.
- 4.Tel op:
Antwoord: 1
- Wat is de gemeenschappelijke noemer? x+5
- Tel de tellers op: x+5
- Wat is wanneer ? 1
- 5.Wat is de noemer in de som ?
Antwoord: a+7
De noemer is voor beide breuken en blijft in de som.
- 6.Vereenvoudig:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. Het antwoord is .
- 7.Tel op en vereenvoudig:
Antwoord: 2
- Tel de tellers op: 2x+8
- Ontbind de teller 2(x+4)
- Vereenvoudig 2
- 8.Vereenvoudig: . Als het resultaat ontbonden kan worden als , wat is ?
Antwoord: 0
Strikvraag! is niet ontbindbaar over de reële getallen (som van kwadraten). Maar als we interpreteren, dan is .
- 9.Tel op:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. Het resultaat is .
- 10.Tel op:
Antwoord: (x^2+2x+3)/(x+3)
- Tel de tellers op: x^2+2x+3
- Kan worden ontbonden? (ja/nee) nee
- Wat is het eindantwoord? (x^2+2x+3)/(x+3)
- 11.Vereenvoudig volledig:
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Wacht - laat me opnieuw berekenen. . Dit ontbindt niet mooi. Het antwoord zou moeten zijn, wat keuze B is.
- 12.Tel op en vereenvoudig:
Antwoord: (x^2+4)/((x+2)(x-2))
- Tel de tellers op: x^2+4
- Ontbind de teller . Wat krijg je? x^2+4
- Ontbind de noemer (x+2)(x-2)
- Wat is het vereenvoudigde resultaat? (x^2+4)/((x+2)(x-2))
- 13.Vereenvoudig: . Geef je antwoord in de laagste termen.
Antwoord: (4x-3)/((x-3)(x+2))
. De noemer is . heeft geen gemeenschappelijke factoren met de noemer. Het antwoord is .
- 14.Tel op en vereenvoudig:
Antwoord: (x^2+2x+7)/((x+3)(x-2))
- Tel de tellers op: x^2+2x+7
- Ontbind de noemer (x+3)(x-2)
- Kan de teller worden ontbonden? nee
- Wat is de uiteindelijke vereenvoudigde vorm? (x^2+2x+7)/((x+3)(x-2))
- 15.Voor welke waarde van geldt ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. Om dit gelijk te maken aan , hebben we nodig, dus .
- 16.Tel op:
Antwoord: 2/(2x-1)
- Wat is ? 2
- Wat is de noemer? 2x-1
- Schrijf het eindantwoord 2/(2x-1)