Mathorio
Werkblad
Wat zijn breuken
Naam:
Klas:
Datum:
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Wat is de teller in de breuk ?
- a)5
- b)3
- c)8
- d)13
- 2.Wat is de noemer in de breuk ?
- a)10
- b)4
- c)7
- d)3
- 3.Een pizza is in 4 gelijke stukken gesneden. Je eet 1 stuk. Welk deel van de pizza heb je gegeten?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 4.Een taart is verdeeld in 8 gelijke stukken. Welke breuk stelt 3 stukken van de taart voor? Schrijf je antwoord als breuk (bijv. 1/2).
- 5.Wat is de noemer in de breuk ?
- 6.Welke afbeelding toont van de vorm ingekleurd?
- a)Een rechthoek met 3 van 4 gelijke delen ingekleurd
- b)Een rechthoek met 2 van 4 gelijke delen ingekleurd
- c)Een rechthoek met 4 van 4 gelijke delen ingekleurd
- d)Een rechthoek met 1 van 4 gelijke delen ingekleurd
- 7.Welke breuk is groter: of ?
- a)
- b)Kan niet bepaald worden
- c)
- d)Ze zijn gelijk
- 8.Een chocoladereep heeft 12 gelijke vierkantjes. Emma eet 5 vierkantjes. Welk deel van de chocoladereep heeft Emma gegeten? Schrijf als breuk (bijv. 1/2).
- 9.Als je van een taart hebt, hoeveel hele taarten heb je? Voer alleen het getal in.
- 10.Een tuin is verdeeld in 10 gelijke secties. 4 secties hebben tomaten en 6 secties hebben wortels. Welk deel van de tuin heeft wortels?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 11.Een boekenkast heeft 5 planken. 2 planken hebben wiskundeboeken en 3 planken hebben verhalenboeken. Welk deel van de boekenkast heeft wiskundeboeken?
- 12.Een zak heeft 8 knikkers: 3 zijn rood, 2 zijn blauw en 3 zijn groen. Welk deel van de knikkers is blauw?
- 13.Een klas heeft 20 leerlingen. 8 leerlingen dragen een bril. Welk deel van de leerlingen draagt GEEN bril?
- 14.Een lint is 1 meter lang. Je knipt het in 5 gelijke stukken. Welk deel van het lint is elk stuk, en hoeveel centimeter is dat?
- 15.Maria heeft een zak met 15 appels. Ze geeft aan haar vriendin. Hoeveel appels gaf ze weg?
- 16.Een pizza is in 12 gelijke stukken gesneden. Tom eet van de pizza. Hoeveel stukken at Tom?
- 17.Een boer heeft 24 kippen. ervan zijn wit. Hoeveel witte kippen heeft de boer?
- 18.Wat is de teller in ?