Mathorio
Antwoorden
Quotiënt van machten met hetzelfde grondtal
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Vereenvoudig .
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De exponenten worden afgetrokken, niet gedeeld () of opgeteld (), en het grondtal blijft .
- 2.. Welk getal hoort in het vakje?
Antwoord: 7
van de factoren vallen weg, dus er blijven over: .
- 3.Vereenvoudig en bereken de waarde.
Antwoord: 8
- Trek de exponenten af: 3
- Bereken 8
- 4.Welke uitdrukking is gelijk aan (met )?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De keuze ontstaat door de exponenten te delen, de meest gemaakte fout.
- 5.Bereken .
Antwoord: 1000
.
- 6.Vereenvoudig door factoren weg te delen.
Antwoord: y^5
- Hoeveel factoren staan er boven? 7
- Hoeveel factoren vallen weg? 2
- Hoeveel factoren blijven er over? Dat is de nieuwe exponent. 5
- 7.Ana vereenvoudigde en kreeg . Wat deed ze fout?
- a)Ze deelde de grondtallen
- b)Ze trok de exponenten in de verkeerde volgorde af
- c)Ze deelde de exponenten in plaats van ze af te trekken
- d)Niets, is goed
Antwoord: Ze deelde de exponenten in plaats van ze af te trekken
: Ana heeft de exponenten gedeeld. Goed is .
- 8.. Welk getal hoort in het vakje?
Antwoord: 5
en , dus .
- 9.Vereenvoudig .
Antwoord: 4m^5
- Deel de coëfficiënten: 4
- Wat is de exponent van in de uitkomst? 5
- 10.Vereenvoudig .
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, en , dus de uitkomst is .
- 11.Bereken .
Antwoord: 27
, zonder uit te rekenen.
- 12.Vereenvoudig .
Antwoord: 3p^4q^2
- Deel de coëfficiënten: 3
- Wat is de exponent van in de uitkomst? 4
- Wat is de exponent van in de uitkomst? 2
- 13.Vereenvoudig en bereken de waarde.
Antwoord: 16
- Regel voor het product in de teller: wat is de exponent van ? 8
- Regel voor het quotiënt: wat is de exponent van ? 2
- Bereken 16
- 14.Welke uitdrukking is NIET gelijk aan (met )?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, en , maar . ( gedeeld door geeft , dat is de valkuil.)
- 15.. Welk getal hoort in het vakje?
Antwoord: 13
De regel geeft , dus . Controle: .
- 16.Vereenvoudig .
Antwoord: 2x^2
- Vermenigvuldig de coëfficiënten in de teller: 18
- Wat is de exponent van ? 9
- Deel de coëfficiënten: 2
- Wat is de exponent van in de uitkomst? 2
- 17.Vereenvoudig .
Antwoord: 2a^3
- Coëfficiënt van de teller: 20
- Exponent van in de teller 9
- Exponent van in de noemer () 6
- Coëfficiënt van de uitkomst: 2
- Exponent van in de uitkomst 3
- 18.Een harde schijf bevat bytes. Eén film neemt bytes in beslag. Hoeveel films passen er op de schijf?
Antwoord: 256
- Wat is de exponent van ? 8
- Bereken 256