Mathorio
Antwoorden
Meetkundige bewijzen
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.De lijnen en zijn evenwijdig ( en links, en rechts). Een snijlijn snijdt in en in . Er geldt en . Welke reden rechtvaardigt ?
- a)Binnenhoeken aan dezelfde kant zijn gelijk
- b)Overstaande hoeken zijn gelijk
- c)Z-hoeken zijn gelijk
- d)F-hoeken zijn gelijk
Antwoord: Z-hoeken zijn gelijk
(bij , links) en (bij , rechts) liggen tussen de evenwijdige lijnen aan verschillende kanten van de snijlijn: het zijn Z-hoeken, en die zijn gelijk bij evenwijdige lijnen.
- 2.De lijnen en zijn evenwijdig ( en links, en rechts). Een snijlijn snijdt in en in . Er geldt . Hoeveel graden is ?
Antwoord: 108
(Z-hoeken). en vormen een gestrekte hoek, dus . Controle met binnenhoeken aan dezelfde kant: .
- 3.In geldt en . Hoeveel graden is ?
Antwoord: 65
Volgens de hoekensom van een driehoek geldt .
- 4.Welke groep gelijke delen bewijst NIET dat twee driehoeken congruent zijn?
- a)ZHZ
- b)HHH
- c)ZZZ
- d)HZH
Antwoord: HHH
Drie gelijke hoeken (HHH) leggen alleen de vorm vast, niet de grootte: een kleine en een grote gelijkzijdige driehoek hebben allebei drie hoeken van , maar zijn niet congruent. ZZZ, ZHZ en HZH zijn geldige kenmerken.
- 5.In geldt en . Bereken en .
Antwoord: 76
- Hoeveel graden is ? 52
- Hoeveel graden is ? 104
- Hoeveel graden is ? 76
- 6.De evenwijdige lijnen en ( boven ) worden gesneden door een snijlijn . Bij is de hoek boven en rechts van gelijk aan . Bereken de hoek boven rechts van , en daarna de hoek boven links van .
Antwoord: 70
- Hoeveel graden is de hoek boven rechts van ? 110
- Hoeveel graden is de hoek boven links van ? 70
- 7.De lijnstukken en snijden elkaar in , en is het midden van allebei. Je weet , en (overstaande hoeken). Welk kenmerk bewijst ?
- a)ZHH
- b)HZH
- c)ZHZ
- d)ZZZ
Antwoord: ZHZ
Twee zijden (, ) en de ingesloten hoek (bij ) zijn gelijk aan twee zijden en de ingesloten hoek van de andere driehoek: dat is ZHZ.
- 8.In maakt de lijn door evenwijdig aan een hoek van met (aan de kant van ) en een hoek van met (aan de kant van ). Hoeveel graden is ?
Antwoord: 61
De drie hoeken bij liggen aan de evenwijdige lijn, dus en . Door Z-hoeken is en , en inderdaad .
- 9.In geldt en . Bereken de basishoek en daarna de buitenhoek bij (tussen en het verlengde van voorbij ).
Antwoord: 108
- Hoeveel graden is ? 144
- Hoeveel graden is ? 72
- Hoeveel graden is de buitenhoek bij ? 108
- 10.De lijnstukken en snijden elkaar in , en is het midden van . Verder geldt , en cm. Bereken de hoeken van en de lengte .
Antwoord: 9
- Hoeveel graden is ? 40
- Hoeveel graden is ? 75
- Hoeveel graden is ? 65
- Hoeveel cm is ? 9
- 11.In en geldt: , en . Welk kenmerk bewijst ?
- a)ZZZ
- b)ZHH
- c)ZHZ
- d)HZH
Antwoord: HZH
De gelijke zijde verbindt de hoekpunten van de twee gelijke hoeken en ligt er dus tussen: hoek, zijde, hoek, dat is HZH.
- 12.is de bissectrice van en . Hoeveel graden is ?
Antwoord: 68
Volgens de definitie van bissectrice geldt , dus .
- 13.Twee evenwijdige lijnen worden gesneden door een snijlijn. Een paar Z-hoeken is en . Bereken , de hoek en zijn nevenhoek.
Antwoord: 110
- Los op. Hoeveel is ? 20
- Hoeveel graden is elk van de Z-hoeken? 70
- Hoeveel graden is zijn nevenhoek? 110
- 14.In geldt , en . Hoeveel graden is ?
Antwoord: 60
geeft , dus . Dan is : de driehoek is zelfs gelijkzijdig.
- 15.In vierhoek geldt en , met en . Gebruik (ZZZ) om en te berekenen.
Antwoord: 110
- Hoeveel graden is ? 40
- Hoeveel graden is ? 30
- Hoeveel graden is ? 110
- Hoeveel graden is ? 110
- 16.Bewijs dat de basishoeken van een gelijkbenige driehoek gelijk zijn. Gegeven: , en is de bissectrice van met op . Stap 1: (gegeven). Stap 2: (definitie van bissectrice). Stap 3: . Stap 4: (ZHZ). Stap 5: (overeenkomstige delen). Wat is de reden bij stap 3?
- a)Definitie van midden
- b)Reflexieve eigenschap
- c)Transitieve eigenschap
- d)Overstaande hoeken zijn gelijk
Antwoord: Reflexieve eigenschap
is een gemeenschappelijke zijde van en . Elk lijnstuk is gelijk aan zichzelf: dat is de reflexieve eigenschap. Ze levert het tweede paar zijden voor ZHZ.
- 17.In geldt en . De zijde wordt voorbij verlengd tot een punt . Bereken , de buitenhoek , en vergelijk die met .
Antwoord: 110
- Hoeveel graden is ? 70
- Hoeveel graden is ? 110
- Hoeveel graden is ? 110
- 18.In geldt en . Een lijnstuk met op en op is evenwijdig aan . Bereken , en .
Antwoord: 112
- Hoeveel graden is ? 68
- Hoeveel graden is ? 68
- Hoeveel graden is ? 112