Mathorio
Antwoorden
Negatieve exponenten
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Wat is de waarde van ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De negatieve exponent geeft de omgekeerde, dus de uitkomst blijft positief.
- 2.Welke uitdrukking is gelijk aan ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De waarde is , een positief getal, dus is fout, en is de omgekeerde.
- 3.Schrijf als kommagetal.
Antwoord: 0.01
, een honderdste.
- 4.Bereken . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 1/4
, de omgekeerde van .
- 5.Welke uitdrukking is gelijk aan ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
gaat naar beneden en wordt , gaat naar boven en wordt : .
- 6.Bereken . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 1/9
- Schrijf met een positieve exponent: . Wat komt er in het hokje? 2
- Hoeveel is ? 9
- Schrijf als breuk. 1/9
- 7.Schrijf als macht van 10. Wat is de exponent?
Antwoord: -3
- . Wat komt er in het hokje? 1000
- . Wat is de exponent? 3
- Dus . Wat is de exponent? -3
- 8.Welk getal is het grootst?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, , , . Het grootst is .
- 9.Bereken . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 25/4
.
- 10.Bereken .
Antwoord: 16
Als naar de teller gaat, draait het teken van de exponent om: .
- 11.Bereken . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 64/27
- Klap de breuk om: wat is de omgekeerde van ? 4/3
- Hoeveel is ? 64
- Hoeveel is ? 27
- Schrijf als breuk. 64/27
- 12.Vereenvoudig en schrijf het als . Wat komt er in het hokje?
Antwoord: 3
- Product van machten met hetzelfde grondtal: hoeveel is ? -3
- . Wat komt er in het hokje? 3
- 13.Vereenvoudig en schrijf de uitkomst met positieve exponenten.
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, , . De uitkomst is dus ; de coëfficiënt blijft in de teller.
- 14.Bereken voor . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 1/4
- De exponent hoort alleen bij . Hoeveel is ? 1/8
- Vermenigvuldig met de coëfficiënt: hoeveel is ? 1/4
- 15.Bereken . Schrijf de uitkomst als breuk.
Antwoord: 3/8
. De exponenten tel je hier niet op: die regel geldt bij vermenigvuldigen.
- 16.Vereenvoudig tot één macht . Wat is de exponent?
Antwoord: 4
- Macht van een macht: hoeveel is ? -6
- Quotiënt van machten met hetzelfde grondtal: hoeveel is ? 4
- 17.Bereken .
Antwoord: 8
- Teller, product van machten met hetzelfde grondtal: hoeveel is ? 2
- Quotiënt van machten met hetzelfde grondtal: hoeveel is ? 3
- Hoeveel is ? 8
- 18.Vermenigvuldig en schrijf de uitkomst als gewoon getal.
Antwoord: 800
- Vermenigvuldig de getallen vooraan: hoeveel is ? 8
- Tel de exponenten van 10 op: hoeveel is ? 2
- De uitkomst is . Schrijf het als gewoon getal. 800