Mathorio
Antwoorden
Machten met hetzelfde grondtal vermenigvuldigen
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Welke uitdrukking is gelijk aan ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Hetzelfde grondtal , dus tel je de exponenten op: . Bij zijn de exponenten vermenigvuldigd, bij en is het grondtal veranderd.
- 2.. Welk getal hoort in het vakje?
Antwoord: 7
. Controle: .
- 3.Welk product kun je met de regel voor machten met hetzelfde grondtal als één macht schrijven?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Alleen is een product met hetzelfde grondtal: . en hebben verschillende grondtallen, en is een som, geen product.
- 4.. Wat is de exponent?
Antwoord: 7
, dus .
- 5.Schrijf als één macht en bereken de waarde.
Antwoord: 243
- Hoeveel factoren 3 zitten er in ? 2
- Hoeveel factoren 3 zitten er in ? 3
- Samen zijn dat factoren. Vul aan: . 5
- Wat is de waarde van ? 243
- 6.Vereenvoudig en schrijf de uitkomst als gewoon getal.
Antwoord: 1000000
- Beide machten hebben grondtal 10. Tel de exponenten op. 6
- Schrijf als gewoon getal. 1000000
- 7.Vereenvoudig .
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Vermenigvuldig de coëfficiënten: . Tel de exponenten op: . Dus .
- 8.. Wat is de exponent?
Antwoord: 9
, dus het product is .
- 9.Sam schrijft . Wat ging er mis?
- a)Hij had de exponenten moeten vermenigvuldigen
- b)Hij had de exponenten moeten aftrekken
- c)Niets, de uitkomst klopt
- d)Hij heeft de grondtallen vermenigvuldigd in plaats van het grondtal 2 te houden
Antwoord: Hij heeft de grondtallen vermenigvuldigd in plaats van het grondtal 2 te houden
Het grondtal moet 2 blijven: . Sams uitkomst is veel te groot. De exponenten optellen, , was goed; alleen het grondtal is veranderd.
- 10.Vereenvoudig en bereken daarna de waarde voor .
Antwoord: 384
- Vermenigvuldig de coëfficiënten . 12
- Tel de exponenten van op: . 5
- Het product is dus . Wat is de waarde voor ? 384
- 11.Vereenvoudig .
Antwoord: 10a^5
- Vermenigvuldig de coëfficiënten . 10
- Welke exponent heeft in ? 1
- Tel de exponenten van op: . 5
- 12.Een rechthoek is cm lang en cm breed. Bereken de oppervlakte in cm².
Antwoord: 256
- De oppervlakte is . Schrijf die als : wat is de exponent? 8
- Hoeveel is ? 256
- 13.. Welk getal hoort in het vakje?
Antwoord: 6
De exponenten worden opgeteld: , dus de ontbrekende exponent is . Controle: .
- 14.Welk product is NIET gelijk aan ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, niet . Op kom je hier alleen als je de exponenten vermenigvuldigt, en dat is de bekende fout. De andere kloppen: , en .
- 15.Bereken de waarde van .
Antwoord: -128
. Zeven negatieve factoren geven een negatieve uitkomst: . Controle: .
- 16.Vereenvoudig .
Antwoord: 10a^7b^3
- Vermenigvuldig de coëfficiënten . 10
- Exponent van : tel op. 7
- Exponent van : tel de exponenten van en op. 3
- 17.Schrijf als één macht van 2 en bereken de waarde.
Antwoord: 2048
- Schrijf 4 als macht van 2: . Wat is de exponent? 2
- . Schrijf het als : wat is de exponent? 6
- Nu . Wat is de exponent? 11
- Hoeveel is ? 2048
- 18.Bereken als .
Antwoord: 4
- De exponenten worden opgeteld: . Hoeveel is ? 8
- Hoeveel is ? 4