Mathorio
Antwoorden
Delen in wetenschappelijke notatie
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Bereken .
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
en , dus het quotiënt is . Exponenten optellen () hoort bij vermenigvuldigen.
- 2.. Welk getal hoort in het hokje?
Antwoord: 5
. De coëfficiënt ligt al tussen 1 en 10, dus de uitkomst is .
- 3.. Welk getal hoort in het hokje?
Antwoord: 4.2
en , dus het quotiënt is .
- 4.Welke regel geeft de macht van tien als je uitrekent?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Bij delen vallen van de factoren 10 weg, dus . Controle: .
- 5.Bereken stap voor stap.
Antwoord: 20000
- Deel de coëfficiënten: 2
- Trek de exponenten af: 4
- Schrijf als gewoon getal. 20000
- 6.Bereken stap voor stap.
Antwoord: 30000
- Deel de coëfficiënten: 3
- Trek de exponenten af: 4
- Schrijf als gewoon getal. 30000
- 7.Welke is correct geschreven in wetenschappelijke notatie?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
en , dus . Normaliseren: . ( heeft de verkeerde exponent en is niet genormaliseerd.)
- 8.Bereken en schrijf het als . Wat is de exponent?
Antwoord: -5
. Normaliseren: . De exponent is .
- 9.. Welk getal hoort in het hokje?
Antwoord: 3
, en . Het quotiënt is dus .
- 10.Bereken en normaliseer de uitkomst.
Antwoord: 3000
- Deel de coëfficiënten: 0.3
- Trek de exponenten af: 4
- Normaliseer tot . Wat is de exponent? 3
- 11.Bereken .
Antwoord: 0.00000025
- Deel de coëfficiënten: 2.5
- Trek de exponenten af: -7
- Schrijf als gewoon kommagetal. 0.00000025
- 12.Een ruimtesonde is m van de aarde. Radiosignalen gaan met m per seconde. Hoeveel seconden doet een signaal erover om de sonde te bereiken?
Antwoord: 300
- Deel de coëfficiënten: 3
- Trek de exponenten af: 2
- Schrijf seconden als gewoon getal. 300
- 13.Wat is in wetenschappelijke notatie?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
en , dus . De keuze ontstaat als je vergeet dat aftrekken optellen is.
- 14.Bereken en schrijf het in wetenschappelijke notatie met de coëfficiënt afgerond op 3 significante cijfers. Wat is de coëfficiënt?
Antwoord: 2.86
en . Normaliseren: . Op 3 significante cijfers is de coëfficiënt (het vierde cijfer 7 rondt naar boven af), dus .
- 15.Een regio heeft inwoners op km². Hoeveel mensen wonen er op één km²?
Antwoord: 2000
- Deel de coëfficiënten: 0.2
- Trek de exponenten af: 4
- Normaliseer tot . Wat is de exponent? 3
- Hoeveel inwoners per km² is ? 2000
- 16.Een land met inwoners geeft per jaar € uit aan gezondheidszorg. Hoeveel is dat per persoon?
Antwoord: 5000
- Deel de coëfficiënten: 0.5
- Trek de exponenten af: 4
- Normaliseer tot . Wat is de exponent? 3
- Schrijf het bedrag per persoon, €, als gewoon getal. 5000
- 17.Een waterdruppel heeft een massa van ongeveer kg, en één watermolecuul ongeveer kg. Hoeveel moleculen zitten er ongeveer in de druppel?
Antwoord:
- Deel de coëfficiënten en rond af op 3 significante cijfers. 1.67
- Trek de exponenten af: 21
- Hoeveel cijfers heeft als je het voluit schrijft? 22
- 18.Wat is in wetenschappelijke notatie?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
en , dus . Normaliseren: . Bij is vergeten de exponent te verlagen bij het normaliseren.