Mathorio
Werkblad
Winstopslag en korting
Naam:
Klas:
Datum:
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Een winkel rekent 20% opslag op een artikel dat 50 € heeft gekost. Welke berekening geeft de verkoopprijs?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 2.Een artikel heeft 30% korting. Hoeveel procent van de oorspronkelijke prijs betaal je?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 3.Een prijs krijgt 20% korting en daarna nog eens 25% korting op de nieuwe prijs. Met welke enkele korting komt dat overeen?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 4.Een winkel koopt een lamp in voor 40 € en verkoopt hem voor 50 €. Hoeveel procent is de winstopslag?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 5.Een prijs krijgt 25% opslag en daarna 25% korting. Hoe verhoudt de eindprijs zich tot de beginprijs?
- a)6,25% lager
- b)Hetzelfde als aan het begin
- c)25% lager
- d)6,25% hoger
- 6.Een winkel koopt een koptelefoon in voor 60 € en rekent 40% opslag. Wat is de verkoopprijs in euro?
- 7.Een jas kost 120 € en heeft 25% korting. Wat is de prijs na korting in euro?
- 8.Een overhemd dat normaal 32 € kost, is afgeprijsd naar 24 €. Hoeveel procent korting is dat? (Vul het getal in zonder %-teken.)
- 9.Na 20% korting kost een videogame 36 €. Wat was de oorspronkelijke prijs in euro?
- 10.Een telefoonhoesje kost een winkel 15 €. De winkel rekent 60% opslag en verkoopt het later met 25% korting. Wat is de eindprijs in euro?
- 11.Sneakers kosten een winkel 50 €. De winkel rekent 30% opslag. Bereken de verkoopprijs.
- 12.Een jas kost 70 € en is 20% afgeprijsd. Bereken de prijs na korting.
- 13.Een boekwinkel koopt een boek in voor 12 € en rekent 75% opslag. Gebruik een factor om de verkoopprijs te vinden.
- 14.Een fietsenwinkel koopt een fiets in voor 300 € en verkoopt hem voor 420 €. Bereken het opslagpercentage.
- 15.Een bank kostte 750 € en is nu afgeprijsd naar 600 €. Bereken het kortingspercentage.
- 16.Op een kaartje staat: -40%, nu 54 €. Bereken de oorspronkelijke prijs en hoeveel je bespaart.
- 17.Een laptop kost 400 €. Hij heeft 25% korting, en een bon haalt nog eens 10% van de verlaagde prijs af. Bereken de totale korting in procent.
- 18.Een winkel koopt een horloge in voor 80 €, rekent 50% opslag en verkoopt het later met 30% korting. Bereken de winst als percentage van de inkoopprijs.