Mathorio
Werkblad
Onechte breuken
Naam:
Klas:
Datum:
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Welke breuk is onecht?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 2.Een taart is in 4 gelijke stukken gesneden. Van twee dezelfde taarten neem je 7 stukken. Schrijf deze hoeveelheid als breuk van een taart.
- 3.Een chocoladereep heeft 6 gelijke stukjes. Tom eet 8 stukjes van twee dezelfde repen. Welk deel van een reep heeft hij gegeten?
- 4.Welke breuk is gelijk aan 1?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 5.Aan welk heel getal is gelijk?
- 6.Schrijf het hele getal 2 als breuk met noemer 4: . Welk getal hoort in het vakje?
- 7.Waar ligt op de getallenlijn?
- a)Precies op 1
- b)Tussen 1 en 2
- c)Tussen 2 en 3
- d)Tussen 0 en 1
- 8.ligt tussen twee hele getallen. Zoek het kleinste.
- 9.Welke onechte breuk is gelijk aan een heel getal?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 10.Schrijf het hele getal 3 als breuk met noemer 4: . Welk getal hoort in het vakje?
- 11.Bepaal de waarde van . Is het een heel getal?
- 12.Wat is het kleinste hele getal dat je in het vakje kunt zetten zodat een onechte breuk is?
- 13.Op een feestje is elke pizza in 8 gelijke punten gesneden. De gasten eten 19 punten. Welk deel van een pizza hebben ze gegeten?
- 14.Hoe ver voorbij 1 ligt op de getallenlijn? Geef het antwoord als breuk.
- 15.Welke breuk is het grootst?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 16.Hoeveel breuken met noemer 4 (zoals ) liggen er tussen 1 en 2, als je 1 en 2 zelf niet meetelt?
- 17.Wat is groter: of ? Vul de grootste breuk in.
- 18.Zoek de kleinste onechte breuk met noemer 5 die groter is dan 2.