Terug naar les

Docentenhandleiding: Onechte breuken

Leer wat onechte breuken zijn, hoe ze verschillen van echte breuken en waarom ze gelijk zijn aan 1 of groter dan 1.

Gebruik deze les in de klas

Gratis, leerlingen hebben geen account nodig.

Delen met leerlingen

Leerlingen openen de les en oefenen met directe feedback.

Werkblad om te printen

Alle oefenopgaven op papier, met een apart antwoordblad.

Klassenquiz

10 vragen over Basis Breuken. Leerlingen doen mee met een naam, jij ziet alle scores.

Voor docenten

Leerdoelen
  • Een onechte breuk definiëren als een breuk waarvan de teller groter is dan of gelijk is aan de noemer
  • Breuken indelen in echt en onecht door teller en noemer te vergelijken
  • Bepalen of een breuk kleiner dan 1, gelijk aan 1 of groter dan 1 is
  • Onechte breuken voorbij 1 op een getallenlijn plaatsen
  • Onechte breuken herkennen die gelijk zijn aan hele getallen, zoals 63=2\frac{6}{3} = 2
Vereisten
  • • Wat zijn breuken: teller, noemer en gelijke delen
  • • Gelijkwaardige breuken: dezelfde waarde op verschillende manieren geschreven
  • • Basiskennis van de tafels en van delen
Discussiestarters
  • 1. Kun je meer punten eten dan er in een pizza zitten? Hoe zou je dat als breuk schrijven?
  • 2. Waarom is 55\frac{5}{5} gelijk aan 1? Kun je nog drie breuken vinden die gelijk zijn aan 1?
  • 3. Is 10099\frac{100}{99} meer of minder dan 1? Hoe weet je dat zonder te rekenen?
  • 4. Waarom zou iemand 74\frac{7}{4} schrijven in plaats van één en drie kwart te zeggen?
Veelvoorkomende misvattingen

Een breuk is altijd kleiner dan 1

Herstel: Tel stambreuken hardop voorbij een geheel: een kwart, twee kwart, drie kwart, vier kwart, vijf kwart. Laat zien hoe de sprongen doorgaan op een getallenlijn van 0 tot 3.

Een breuk met gelijke teller en noemer is echt

Herstel: Kleur alle delen van een breukenstrook: 44\frac{4}{4} vult de hele strook. Echte breuken vullen nooit de hele strook, dus 44\frac{4}{4} hoort bij de onechte breuken.

Een grotere teller betekent altijd een grotere breuk

Herstel: Vergelijk 98\frac{9}{8} en 54\frac{5}{4} op de getallenlijn: 98\frac{9}{8} ligt maar een achtste voorbij 1, terwijl 54\frac{5}{4} een kwart voorbij 1 ligt. Kijk altijd naar teller en noemer samen.

DifferentiatieIdeeën

Voor leerlingen met moeite:

  • • Gebruik breukenstroken of papieren pizza's, zodat leerlingen zelf meer dan een geheel kunnen leggen
  • • Werk eerst alleen met halven en kwarten
  • • Oefen hardop tellen voorbij een geheel: vier kwart, vijf kwart, zes kwart

Voor leerlingen op niveau:

  • • Gemengde reeksen echte en onechte breuken indelen
  • • Onechte breuken met noemers 2, 3 en 4 op een getallenlijn van 0 tot 3 zetten
  • • Onechte breuken zoeken die gelijk zijn aan hele getallen

Voor gevorderde leerlingen:

  • • Onechte breuken met verschillende noemers vergelijken, zoals 94\frac{9}{4} en 73\frac{7}{3}
  • • Alle breuken met noemer 5 vinden die tussen 2 en 3 liggen
  • • Gemengde getallen voorbereiden door onechte breuken te splitsen in gehelen en een rest
Standaarduitlijning
  • 3.NF.A.2.B (CCSS.MATH.CONTENT.3.NF.A.2.B)

    Een breuk a/b op een getallenlijn weergeven door vanaf 0 a stukken van lengte 1/b af te passen

  • 3.NF.A.3.C (CCSS.MATH.CONTENT.3.NF.A.3.C)

    Hele getallen als breuk schrijven en breuken herkennen die gelijk zijn aan hele getallen

  • 4.NF.B.3.B (CCSS.MATH.CONTENT.4.NF.B.3.B)

    Een breuk op meer dan één manier splitsen in een som van breuken met dezelfde noemer

Lesbronnen
  • visualBreukengetallenlijn van 0 tot 3

    Leerlingen tellen sprongen van een kwart voorbij 1 en 2 en schrijven de onechte breuken erbij

  • activityPizzapunten tellen

    Groepjes leggen papieren pizzapunten van meerdere pizza's bij elkaar en benoemen het totaal als onechte breuk

  • worksheetKleiner dan 1, gelijk aan 1 of groter dan 1?

    Breuken in drie kolommen sorteren en elke breuk op een getallenlijn zetten

Lesinhoud

Alles wat leerlingen zien: definitie, voorbeelden, veelgemaakte fouten, toepassingen. Tik om te openen.

Definitie

Een onechte breuk is een breuk waarvan de teller groter is dan of gelijk is aan de noemer. Voorbeelden: 54\frac{5}{4}, 73\frac{7}{3}, 66\frac{6}{6}.
Een echte breuk heeft een teller die kleiner is dan de noemer, zoals 34\frac{3}{4}. Een echte breuk is altijd kleiner dan 1.
Om ze uit elkaar te houden, vergelijk je de teller met de noemer:
  • Teller kleiner dan de noemer: echt, kleiner dan 1 (34<1\frac{3}{4} < 1)
  • Teller gelijk aan de noemer: onecht, precies 1 (44=1\frac{4}{4} = 1)
  • Teller groter dan de noemer: onecht, meer dan 1 (74>1\frac{7}{4} > 1)
Zie 74\frac{7}{4} als zeven kwarten. Vier kwarten vormen een geheel, en er blijven drie kwarten over:
74=44+34=1+34\frac{7}{4} = \frac{4}{4} + \frac{3}{4} = 1 + \frac{3}{4}
Als de teller een veelvoud van de noemer is, is de onechte breuk een heel getal: 63=6÷3=2\frac{6}{3} = 6 \div 3 = 2.

Uitgewerkte voorbeelden

Sorteer deze breuken: 35\frac{3}{5}, 85\frac{8}{5} en 55\frac{5}{5}. Welke zijn echt en welke onecht?

1

Bekijk 35\frac{3}{5}

Teller 33, noemer 55: 3<53 < 5 → Echt, kleiner dan 1

2

Bekijk 85\frac{8}{5}

Teller 88, noemer 55: 8>58 > 5 → Onecht, meer dan 1

3

Bekijk 55\frac{5}{5}

5=55 = 5, dus alle vijf vijfden samen vormen een geheel → Onecht, precies 1

Veelgemaakte fouten

Denken dat een breuk nooit groter dan 1 kan zijn

Waarom het fout is: Breuken worden vaak uitgelegd als delen van een geheel, dus het lijkt onmogelijk om meer delen te hebben dan het geheel heeft. Maar een breuk telt gelijke delen, en je kunt meer delen tellen dan er in een geheel passen.

Correct: 74\frac{7}{4} betekent zeven kwarten: een geheel (vier kwarten) plus nog drie kwarten, dus 74>1\frac{7}{4} > 1.

44\frac{4}{4} een echte breuk noemen

Waarom het fout is: Het lijkt een gewone breuk, maar een echte breuk moet kleiner zijn dan 1, en 44\frac{4}{4} is precies 1.

Correct: Als de teller gelijk is aan de noemer, is de breuk onecht en gelijk aan 1: 44=99=1\frac{4}{4} = \frac{9}{9} = 1.

54\frac{5}{4} tussen 0 en 1 op de getallenlijn zetten

Waarom het fout is: Veel leerlingen stoppen bij 1 met kwarten tellen. Maar na 44\frac{4}{4} gaan de sprongen gewoon door, en 54\frac{5}{4} is het volgende streepje.

Correct: Tel door voorbij 1: 44=1\frac{4}{4} = 1, dus 54\frac{5}{4} ligt een kwart rechts van 1.

Denken dat onecht fout betekent

Waarom het fout is: In het dagelijks leven klinkt onecht als nep of fout, maar in de wiskunde is het alleen de naam voor breuken die 1 of meer zijn.

Correct: 94\frac{9}{4} is een helemaal goed antwoord. Vaak is het zelfs de handigste vorm om mee te rekenen.

Waarom het belangrijk is

Hoeveelheden die groter zijn dan een geheel kom je overal tegen, en onechte breuken beschrijven ze door gelijke delen te tellen:
  • Koken: zes kwart kopjes bloem zijn 64\frac{6}{4} kopjes, dus meer dan een kopje
  • Tijd: vijf kwartier is 54\frac{5}{4} uur, dat is 75 minuten
  • Eten delen: wie 9 punten eet van pizza's die elk in 8 punten zijn gesneden, eet 98\frac{9}{8} pizza
  • Breuken optellen: 34+34=64\frac{3}{4} + \frac{3}{4} = \frac{6}{4}, dus uitkomsten zijn vaak onechte breuken
Onechte breuken zijn bovendien de handigste vorm om mee te rekenen. Daarom kom je ze steeds weer tegen als je breuken optelt, vermenigvuldigt en deelt.

Toepassingen in de echte wereld

Koken met maatschepjes

In recepten wordt vaak afgemeten met kleine schepjes, en een paar schepjes zijn al snel meer dan een kopje.

Voorbeeld:

Drie schepjes van 12\frac{1}{2} kopje melk zijn 32\frac{3}{2} kopjes, dus meer dan 1 kopje.

1Probeer het zelf

Je enige maatschepje bevat 14\frac{1}{4} kopje. Een pannenkoekenrecept heeft 6 schepjes bloem nodig.

Hoeveel kopjes bloem is dat, geschreven als breuk?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Tel de kwart kopjes:

Tijd in kwartieren

Een kwartier duurt 15 minuten, daarom tellen roosters en dienstregelingen de tijd vaak in kwartieren.

Voorbeeld:

Een film die 6 kwartier duurt, duurt 64\frac{6}{4} uur, dat is 90 minuten.

2Probeer het zelf

De zwemtraining duurt 5 kwartier.

Welk deel van een uur is dat, en hoeveel minuten zijn het?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Vijf kwartier van elk 15 minuten:

Waterflessen voor een team

Drinken wordt vaak verkocht in flesjes van een halve liter, en een paar flesjes zijn al snel meerdere liters.

Voorbeeld:

Twee flesjes van een halve liter bevatten 22=1\frac{2}{2} = 1 liter water.

3Probeer het zelf

Een voetbalteam neemt 7 flesjes mee, elk met 12\frac{1}{2} liter water.

Hoeveel liter water is dat, geschreven als breuk?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Tel de halve liters:

Belangrijke punten

  • 1Een onechte breuk heeft een teller die groter is dan of gelijk is aan de noemer, zoals 74\frac{7}{4} of 55\frac{5}{5}
  • 2Een echte breuk heeft een kleinere teller dan noemer en is altijd kleiner dan 1
  • 3Als de teller gelijk is aan de noemer, is de breuk precies 1: 66=1\frac{6}{6} = 1
  • 4Als de teller groter is, is de breuk meer dan 1 en ligt hij rechts van 1 op de getallenlijn
  • 5Als de teller een veelvoud van de noemer is, is de breuk een heel getal: 63=2\frac{6}{3} = 2
  • 6Onecht is alleen een naam, geen fout. 74\frac{7}{4} kun je ook schrijven als het gemengde getal 1341\frac{3}{4}, dat komt in de volgende lessen

Veelgestelde vragen

Is 44\frac{4}{4} een echte of een onechte breuk?

Het is een onechte breuk. Een echte breuk moet kleiner zijn dan 1, maar 44\frac{4}{4} is precies 1. Elke breuk waarvan de teller gelijk is aan de noemer is onecht en gelijk aan 1.

Waarom heten ze onecht?

De naam is heel oud. Een echte breuk werd gezien als een echt deel van een geheel, en een breuk die een geheel of meer is, paste niet bij dat idee. Daarom noemde men hem onecht. Het betekent niet fout.

Kan elk heel getal als onechte breuk geschreven worden?

Ja. Vermenigvuldig het hele getal met een willekeurige noemer om de teller te krijgen: 3=31=62=1243 = \frac{3}{1} = \frac{6}{2} = \frac{12}{4}.

Moet ik een onechte breuk altijd omzetten in een gemengd getal?

Nee. Beide vormen zijn goed. Met onechte breuken reken je meestal makkelijker, terwijl gemengde getallen zoals 1341\frac{3}{4} in één oogopslag laten zien hoe groot iets is. Het omzetten tussen beide vormen is het onderwerp van de volgende lessen.

Woordenlijst

Echte breuk
Een breuk waarvan de teller kleiner is dan de noemer, zoals 34\frac{3}{4}. Hij is altijd kleiner dan 1.
Onechte breuk
Een breuk waarvan de teller groter is dan of gelijk is aan de noemer, zoals 74\frac{7}{4} of 44\frac{4}{4}. Hij is 1 of meer.
Teller
Het bovenste getal van een breuk; het telt hoeveel gelijke delen er zijn
Noemer
Het onderste getal van een breuk; het geeft aan hoeveel gelijke delen samen een geheel vormen
Heel getal
Een van de getallen 0, 1, 2, 3 enzovoort. Sommige onechte breuken zijn hele getallen, zoals 63=2\frac{6}{3} = 2.
Gemengd getal
Een heel getal en een echte breuk samen geschreven, zoals 1341\frac{3}{4}. Het is een andere manier om een onechte breuk te schrijven.

Formulekaart

Echte breuk

ab<1 als a<b\frac{a}{b} < 1 \text{ als } a < b

De teller is kleiner dan de noemer

Gelijk aan één

aa=1\frac{a}{a} = 1

De teller is gelijk aan de noemer, dus de breuk is onecht en gelijk aan 1

Groter dan één

ab>1 als a>b\frac{a}{b} > 1 \text{ als } a > b

De teller is groter dan de noemer, dus de breuk is onecht

Heel getal

ab=a÷b\frac{a}{b} = a \div b

Als $a$ precies deelbaar is door $b$, is de breuk een heel getal, bijvoorbeeld $\frac{12}{4} = 3$

Meer over dit onderwerp