Mathorio
Werkblad
Productregel voor logaritmen
Naam:
Klas:
Datum:
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Welke uitdrukking is gelijk aan (met )?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 2.Gebruik de productregel:
- 3.Schrijf uit voor .
- a)
- b)
- c)
- d)
- 4.Bereken (briggse logaritme, grondtal 10) zonder rekenmachine.
- 5.Schrijf als één logaritme en bereken die.
- 6.Controleer dat .
- 7.Welke uitspraak is waar?
- a)
- b)
- c)
- d)
- 8.Gebruik en om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.
- 9.Als en , wat is dan ?
- 10.Benader met en . Geef het antwoord in 3 decimalen.
- 11.Schrijf uit en bereken de waarde voor en .
- 12.Voeg samen tot één logaritme en bereken die.
- 13.Voeg samen tot één logaritme.
- a)
- b)
- c)
- d)
- 14.Voor welke waarden van geldt ?
- a)Voor
- b)Voor alle reële getallen
- c)Voor
- d)Voor of
- 15.Gebruik om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.
- 16.Voeg samen tot één logaritme en bereken die voor .
- 17.Een geluid heeft een niveau van decibel: . De intensiteit wordt met vermenigvuldigd. Gebruik om het nieuwe niveau te vinden.
- 18.Gebruik , en om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.