Mathorio
Antwoorden
Productregel voor logaritmen
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Welke uitdrukking is gelijk aan (met )?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Volgens de productregel is . De logaritme van een product is de som van de logaritmen, niet hun product.
- 2.Gebruik de productregel:
Antwoord: 5
en , dus de som is . Controle: .
- 3.Schrijf uit voor .
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De factor gaat niet vóór de logaritme (daarvoor is een macht nodig, ).
- 4.Bereken (briggse logaritme, grondtal 10) zonder rekenmachine.
Antwoord: 2
, want .
- 5.Schrijf als één logaritme en bereken die.
Antwoord: 2
- Vermenigvuldig de argumenten: 36
- Wat is ? 2
- 6.Controleer dat .
Antwoord: 5
- Wat is ? 2
- Wat is ? 3
- Wat is ? (Het moet de som van de twee uitkomsten zijn.) 5
- 7.Welke uitspraak is waar?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
is de productregel (). De andere zijn onwaar: , maar ; ; , niet .
- 8.Gebruik en om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.
Antwoord: 0.778
. (De rekenmachine geeft )
- 9.Als en , wat is dan ?
Antwoord: 4.7
. Je hoeft , en niet te kennen.
- 10.Benader met en . Geef het antwoord in 3 decimalen.
Antwoord: 1.079
- . Hoeveel factoren zijn er? 2
- Wat is ? 0.602
- Tel erbij op: wat is ? 1.079
- 11.Schrijf uit en bereken de waarde voor en .
Antwoord: 9
- Wat is ? 3
- Wat is voor ? 2
- Wat is voor ? 4
- Tel de drie uitkomsten op. Wat is ? 9
- 12.Voeg samen tot één logaritme en bereken die.
Antwoord: 3
- Vermenigvuldig de argumenten: 64
- Wat is ? 3
- 13.Voeg samen tot één logaritme.
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
, geldig voor .
- 14.Voor welke waarden van geldt ?
- a)Voor
- b)Voor alle reële getallen
- c)Voor
- d)Voor of
Antwoord: Voor
Het linkerlid bestaat alleen als en , dus voor . Het rechterlid bestaat ook voor (bijvoorbeeld geeft ), maar dan bestaat links niet. De gelijkheid geldt precies voor .
- 15.Gebruik om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.
Antwoord: 3.301
. Vermenigvuldigen met telt gewoon op bij de logaritme.
- 16.Voeg samen tot één logaritme en bereken die voor .
Antwoord: 4
- Wat is het argument voor ? 81
- Wat is ? 4
- Controleer met de oorspronkelijke som: 4
- 17.Een geluid heeft een niveau van decibel: . De intensiteit wordt met vermenigvuldigd. Gebruik om het nieuwe niveau te vinden.
Antwoord: 70
- Wat is ? 2
- Wat is ? 20
- Wat is het nieuwe niveau in decibel? 70
- 18.Gebruik , en om te benaderen. Geef het antwoord in 3 decimalen.
Antwoord: 1.623
- 7
- Wat is ? 0.778
- Tel erbij op: wat is ? 1.623