Mathorio
Antwoorden
Exponent nul
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Hoeveel is ?
- a)0
- b)9
- c)1
- d)90
Antwoord: 1
. Vanaf deelt een stap omlaag door het grondtal: . Het is niet en niet .
- 2.Bereken .
Antwoord: 1
, dus .
- 3.Welke uitdrukking is gelijk aan ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. De andere zijn , en .
- 4.Bereken .
Antwoord: 2
.
- 5.Je weet dat . Gebruik het patroon om te vinden.
Antwoord: 1
- Deel door . Hoeveel is ? 16
- Deel nog een keer door . Hoeveel is ? 4
- Nog een stap omlaag. Hoeveel is ? 1
- 6.Bereken met de regel voor het quotiënt van machten met hetzelfde grondtal en controleer de uitkomst.
Antwoord: 1
- Trek de exponenten af. Hoeveel is ? 0
- Het quotiënt is dus . Hoeveel is ? 1
- Controle: . Hoeveel is ? 1
- 7.Vereenvoudig (met ).
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
. Alleen zou zijn.
- 8.Hoeveel is ?
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
Het grondtal is , dat is niet nul, dus .
- 9.Bereken (zonder haakjes).
Antwoord: -1
.
- 10.Bereken voor .
Antwoord: 3
- Alles tussen de haakjes is het grondtal. Hoeveel is ? 1
- Alleen heeft de exponent. Hoeveel is ? 2
- Tel de twee uitkomsten op. 3
- 11.Bereken .
Antwoord: 64
- Hoeveel is ? 1
- Hoeveel is ? 64
- Vermenigvuldig de twee waarden. 64
- 12.Bereken .
Antwoord: 0
- Hoeveel is (zonder haakjes)? -1
- Hoeveel is ? 1
- Tel de twee uitkomsten op. 0
- 13.Een insectenpopulatie wordt beschreven door , waarbij de tijd in weken is. Hoeveel insecten zijn er aan het begin ()?
Antwoord: 300
- Hoeveel is ? 1
- Hoeveel is ? 300
- 14.Welke bewering is waar? (Neem aan dat .)
- a)
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
is waar. De andere zijn onwaar: , en .
- 15.Bereken .
Antwoord: 11
.
- 16.Bepaal de exponent waarvoor .
Antwoord: 0
, dus . Voor krijg je , en grotere exponenten geven nog grotere waarden.
- 17.Bereken .
Antwoord: 2
- Productregel: . Wat hoort in het vakje? 6
- Quotiëntregel: . Wat hoort in het vakje? 0
- Hoeveel is ? 1
- Hoeveel is ? 2
- 18.Bereken voor .
Antwoord: 5
- Hoeveel is ? 5
- Hoeveel is ? 1
- Hoeveel is ? 1
- Combineer: . 5