Mathorio
Antwoorden
ZHZ-congruentie
Schrijf bij elke opgave je uitwerking op.
- 1.Welke hoek wordt in ingesloten door de zijden en ?
- a)Geen van drieën
- b)
- c)
- d)
Antwoord:
en komen samen in , dus de ingesloten hoek is .
- 2.Welke gegevens bewijzen volgens ZHZ?
- a), ,
- b), ,
- c), ,
- d), ,
Antwoord: , ,
en komen samen in , en in , dus is de ingesloten hoek. De tweede keuze is ZZH, de derde HZH en de vierde ZZZ.
- 3.Voor en geldt cm, en cm. In is cm. Hoe lang is , in cm?
Antwoord: 13
De rechte hoeken liggen tussen de gelijke zijden, dus volgens ZHZ. hoort bij , dus cm.
- 4.De lijnstukken en snijden elkaar in . . Hoe groot is , in graden?
Antwoord: 48
en zijn overstaande hoeken, dus gelijk: . Dit is de verborgen hoek die ZHZ-bewijzen met snijdende lijnstukken gebruiken.
- 5.Twee driehoeken hebben twee paren gelijke zijden en één paar gelijke hoeken, maar de hoek ligt niet tussen de gelijke zijden. Wat kun je concluderen?
- a)Congruent volgens HZH
- b)Niets zeker: dit is ZZH
- c)Congruent volgens ZHZ
- d)Congruent volgens ZZZ
Antwoord: Niets zeker: dit is ZZH
Dit is ZZH, geen congruentiekenmerk: dezelfde gegevens kunnen twee verschillende driehoeken geven. Niets is zeker.
- 6.In en geldt: , en . Welk kenmerk bewijst ?
- a)ZZZ
- b)HZH
- c)HHZ
- d)ZHZ
Antwoord: HHZ
De zijde tussen en zou zijn, maar de bekende zijde is . Twee hoeken en een niet-ingesloten zijde: HHZ.
- 7.In en geldt: , en . Welke uitspraak is juist?
- a) volgens ZHZ
- b) volgens ZHZ
- c) volgens ZHZ
- d)Te weinig gegevens: dit is ZZH
Antwoord: volgens ZHZ
en komen samen in , dus is ingesloten: dit is ZHZ, geen ZZH. Met , (uit ) en volgt .
- 8.In vierhoek geldt en . Als , hoe groot is dan, in graden?
Antwoord: 95
, en de gemeenschappelijke zijde geven volgens ZHZ. hoort bij , dus is hij .
- 9.De lijnstukken en snijden elkaar in , het midden van beide. en (in cm). Bepaal .
Antwoord: 5
, en de overstaande hoeken bij geven volgens ZHZ, dus : , dus (beide zijden zijn dan 16 cm).
- 10.Hoeveel verschillende driehoeken hebben , en ?
Antwoord: 2
De hoogte is . Omdat raakt zijde de lijn in twee punten: 2 driehoeken. Daarom is ZZH geen kenmerk.
- 11.: cm en . : cm en . Bepaal .
Antwoord: 70
- In welk hoekpunt ligt de hoek tussen de zijden AB en BC? B
- Welk kenmerk bewijst dat de driehoeken congruent zijn? ZHZ
- Omdat AB = BC zijn de hoeken bij A en C gelijk. Hoe groot is ∠A, in graden? 70
- ∠D hoort bij ∠A. Hoe groot is ∠D, in graden? 70
- 12.De lijnstukken en snijden elkaar in , met cm en cm. Als cm, hoe lang is dan?
Antwoord: 8
- Zijn ∠ACB en ∠ECD gelijk? ja
- Welk kenmerk bewijst △ACB ≅ △ECD? ZHZ
- Hoe lang is DE, in cm? 8
- 13.In vierhoek geldt: , en . Bepaal .
Antwoord: 60
- Welke zijde delen △ABC en △ADC? AC
- Hoe groot is ∠ACB, in graden? 30
- △ABC ≅ △ADC volgens ZHZ. Hoe groot is ∠ACD, in graden? 30
- Hoe groot is ∠BCD, in graden? 60
- 14.Voor en geldt cm, en cm. Bepaal de omtrek van .
Antwoord: 24
- Welk kenmerk bewijst △ABC ≅ △DEF? ZHZ
- Hoe lang is AC, in cm? 10
- Hoe lang is DF, in cm? 10
- Hoe groot is de omtrek van △DEF, in cm? 24
- 15.Voor en geldt en . Verder is en . Voor welke zijn de driehoeken congruent volgens ZHZ?
Antwoord: 6
- Welke zijde van △PQR moet gelijk zijn aan TU? QR
- Hoe groot moet QR zijn? 15
- Los 2y + 3 = 15 op. Wat is y? 6
- 16.Twee verschillende driehoeken hebben , en . Hoeveel langer is in de grotere driehoek dan in de kleinere?
Antwoord: 6
- Hoe groot is de hoogte van B boven de lijn AC? 4
- Hoeveel verschillende driehoeken zijn mogelijk? 2
- Hoe ver ligt elk mogelijk punt C van het voetpunt van de hoogte? 3
- Hoeveel langer is de grotere AC dan de kleinere? 6
- 17.De diagonalen en van vierhoek snijden elkaar in , het midden van beide. cm, cm en cm. Bepaal de omtrek van .
Antwoord: 26
- Hoe lang is CM, in cm? 4.5
- Welk kenmerk bewijst △AMB ≅ △CMD? ZHZ
- Hoe lang is CD, in cm? 8
- Op dezelfde manier △BMC ≅ △DMA. Hoe lang is AD, in cm? 5
- Hoe groot is de omtrek van ABCD, in cm? 26
- 18.Hieronder staan vier paren driehoeken. Beslis voor elk paar of de driehoeken zeker congruent zijn en tel daarna hoeveel paren dat zijn.
Antwoord: 2
- Paar 1: twee zijden en de hoek ertussen zijn gelijk. Zeker congruent? ja
- Paar 2: twee zijden en een hoek die er niet tussen ligt zijn gelijk. Zeker congruent? nee
- Paar 3: alle drie de hoeken zijn gelijk. Zeker congruent? nee
- Paar 4: twee hoeken en een zijde die er niet tussen ligt zijn gelijk. Zeker congruent? ja
- Hoeveel van de vier paren zijn zeker congruent? 2