Volledige inductie

Leer uitspraken voor elk positief geheel getal te bewijzen met volledige inductie: basisstap, inductiehypothese, inductiestap en conclusie.

Gevorderd30 minLes

Definitie

Volledige inductie is een bewijsmethode voor uitspraken over elk positief geheel getal nn (of elk geheel getal vanaf een startwaarde). We noemen de uitspraak P(n)P(n). In plaats van oneindig veel gevallen één voor één te controleren, bewijs je maar twee dingen:
  1. 1.Basisstap: P(1)P(1) is waar.
  2. 2.Inductiestap: voor elke k≥1k \ge 1 geldt: als P(k)P(k) waar is, dan is P(k+1)P(k+1) ook waar. De aanname "P(k)P(k) is waar" heet de inductiehypothese.
Samen geven ze de conclusie: P(n)P(n) is waar voor elke n≥1n \ge 1.
P(1) en (P(k)⇒P(k+1)) ⟹ P(n) voor alle n≥1P(1) \ \text{en} \ \big(P(k) \Rightarrow P(k+1)\big) \ \Longrightarrow \ P(n) \text{ voor alle } n \ge 1
Denk aan een oneindig lange rij dominostenen. De basisstap duwt de eerste steen om. De inductiestap garandeert dat elke vallende steen de volgende omduwt. Dus vallen alle stenen: P(1)P(1), dan P(2)P(2), dan P(3)P(3), en zo verder zonder einde.

Probeer het meteen

Welke twee delen moet elk bewijs met volledige inductie bevatten?

Uitgewerkte voorbeelden

Bewijs dat 1+2+3+⋯+n=n(n+1)21 + 2 + 3 + \dots + n = \dfrac{n(n+1)}{2} voor elke n≥1n \ge 1.

1

Basisstap: controleer n=1n = 1

Linkerkant: 11. Rechterkant: 1⋅22=1\dfrac{1 \cdot 2}{2} = 1 → P(1)P(1) is waar

2

Inductiehypothese: neem P(k)P(k) aan voor een k≥1k \ge 1

Stel dat 1+2+⋯+k=k(k+1)21 + 2 + \dots + k = \dfrac{k(k+1)}{2} → Deze gelijkheid mogen we gebruiken

3

Inductiestap: tel de volgende term k+1k+1 bij beide kanten op

1+⋯+k+(k+1)=k(k+1)2+(k+1)=k(k+1)+2(k+1)21 + \dots + k + (k+1) = \dfrac{k(k+1)}{2} + (k+1) = \dfrac{k(k+1) + 2(k+1)}{2} → =(k+1)(k+2)2= \dfrac{(k+1)(k+2)}{2}

4

Vergelijk met P(k+1)P(k+1)

P(k+1)P(k+1) zegt dat de som gelijk is aan (k+1)((k+1)+1)2=(k+1)(k+2)2\dfrac{(k+1)\big((k+1)+1\big)}{2} = \dfrac{(k+1)(k+2)}{2} → P(k+1)P(k+1) is waar

Veelgemaakte fouten

De basisstap overslaan

Waarom het fout is: De inductiestap alleen bewijst niets: die zegt alleen dat ALS een steen valt, de volgende ook valt. Voorbeeld: de onjuiste bewering 1+2+⋯+n=n(n+1)2+11 + 2 + \dots + n = \dfrac{n(n+1)}{2} + 1 heeft een inductiestap die werkt, maar voor n=1n = 1 is de linkerkant 11 en de rechterkant 22.

Correct: Controleer altijd expliciet het eerste geval. Zonder een eerste vallende steen valt er niets.

Aannemen wat je wilt bewijzen

Waarom het fout is: Wie "stel dat P(n)P(n) waar is voor alle nn" of "stel dat P(k+1)P(k+1)" schrijft, redeneert in een cirkel: de conclusie wordt al aangenomen.

Correct: Neem P(k)P(k) aan voor ÉÉN waarde kk (de inductiehypothese) en bewijs daarmee P(k+1)P(k+1).

Verkeerde algebra in de inductiestap

Waarom het fout is: Een veelgemaakte fout is de verkeerde volgende term optellen, bijvoorbeeld 2k−12k - 1 in plaats van 2k+12k + 1 bij de som van oneven getallen, of vergeten de nieuwe term aan één kant op te tellen.

Correct: Schrijf eerst P(k+1)P(k+1) volledig uit (vervang elke nn door k+1k+1) en werk dan precies naar die uitdrukking toe.

Denken dat veel gecontroleerde gevallen een bewijs zijn

Waarom het fout is: De uitdrukking n2+n+41n^2 + n + 41 geeft priemgetallen voor n=0,1,…,39n = 0, 1, \dots, 39, maar voor n=40n = 40 geeft ze 1681=4121681 = 41^2, en dat is geen priemgetal.

Correct: Voorbeelden helpen om een formule te vermoeden. Alleen de basisstap plus de inductiestap bewijzen haar voor elke nn.

Interactieve visualisatie

Rij-verkenner

1,
3,
5,
7,
9,
11,
13,
15
, ...

Formule

a_n = 1 + 2(n - 1) = 2n - 1
Somformule: S_8 = 8/2 × (2×1 + 7×2) = 64
12345678

Partiële sommen

S₁ = 1S₂ = 4S₃ = 9S₄ = 16S₅ = 25S₆ = 36S₇ = 49S₈ = 64
12345678
a_1

1

a_5

9

a_10

19

a_20

39

Rij-verkenner

1,
2,
4,
8,
16,
32,
64,
128
, ...

Formule

a_n = 1 × 2^(n-1)
Somformule: S_8 = 1 × (1 - 2^8) / (1 - 2) = 255
12345678

Partiële sommen

S₁ = 1S₂ = 3S₃ = 7S₄ = 15S₅ = 31S₆ = 63S₇ = 127S₈ = 255
12345678

|r| ≥ 1: de partiële sommen naderen geen vaste waarde, dus de oneindige reeks heeft geen som.

a_1

1

a_5

16

a_10

512

a_20

524.288

Interactieve sandbox

Expressiecalculator

Probeer deze:

Geschiedenis

Nog geen berekeningen

Oefenproblemen

18 opgaven
Opgave 1 van 18
Makkelijk

Welke twee delen moet elk bewijs met volledige inductie bevatten?

Waarom het belangrijk is

Inductie is het belangrijkste hulpmiddel om uitspraken over oneindig veel gevallen te bewijzen:
  • Somformules: je kunt bewijzen dat 1+2+⋯+100=50501 + 2 + \dots + 100 = 5050 volgt uit een algemene formule en geen toeval is
  • Informatica: programmeurs bewijzen dat lussen en recursieve functies voor elke invoergrootte het juiste resultaat geven
  • Patronen die waar lijken: een patroon dat in 40 gevallen klopt, kan bij geval 41 mislukken; inductie vertelt je wanneer een patroon echt altijd geldt
  • Puzzels en spellen: de Torens van Hanoi, betegelingsproblemen en veel olympiadeopgaven worden met inductie opgelost
  • Hogere wiskunde: bijna elk deel van de wiskunde gebruikt ergens inductie
In de vorige lessen heb je directe bewijzen geleerd. Inductie voegt een krachtig nieuw idee toe: bewijs één stap en laat die zich eindeloos herhalen.

Toepassingen in de echte wereld

Computerprogramma's controleren

Programmeurs gebruiken inductie om te bewijzen dat een lus na elk aantal rondes het juiste antwoord geeft: klopt het na $k$ rondes, dan klopt het ook na $k+1$ rondes.

Voorbeeld:

Een lus telt 1,2,3,…1, 2, 3, \dots op bij een lopend totaal. Inductie bewijst dat het totaal na nn rondes gelijk is aan n(n+1)2\dfrac{n(n+1)}{2}.

1Probeer het zelf

Een programma telt in een lus de getallen van 11 tot en met 100100 op.

Welk totaal geeft het programma?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Gebruik n(n+1)2\dfrac{n(n+1)}{2} met n=100n = 100:

De Torens van Hanoi

Bij deze puzzel verplaats je een stapel schijven naar een andere pin, steeds één schijf tegelijk, en nooit een grotere schijf op een kleinere. Inductie bewijst dat $n$ schijven $2^n - 1$ zetten nodig hebben.

Voorbeeld:

Om k+1k+1 schijven te verplaatsen, zet je de bovenste kk schijven opzij, verplaats je de grootste schijf en zet je de kk schijven er weer bovenop: 2(2k−1)+1=2k+1−12(2^k - 1) + 1 = 2^{k+1} - 1 zetten.

2Probeer het zelf

Een toren heeft 66 schijven. Het verplaatsen van 55 schijven kost 3131 zetten.

Hoeveel zetten hebben 66 schijven nodig?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Gebruik zetten voor 6 schijven =2⋅= 2 \cdot (zetten voor 5 schijven) +1+ 1:

Rijstkorrels op het schaakbord

Een oude legende: leg $1$ rijstkorrel op het eerste veld, $2$ op het tweede, $4$ op het derde, en verdubbel steeds. De som van machten van 2 geeft je het totaal.

Voorbeeld:

Op de eerste 33 velden liggen 1+2+4=7=23−11 + 2 + 4 = 7 = 2^3 - 1 korrels.

3Probeer het zelf

Je vult de eerste 1010 velden. Op veld 1010 liggen 292^9 korrels.

Hoeveel korrels liggen er samen op de eerste 1010 velden?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Gebruik 1+2+⋯+2n=2n+1−11 + 2 + \dots + 2^n = 2^{n+1} - 1 met n=9n = 9:

Belangrijke punten

  • 1Volledige inductie bewijst een uitspraak P(n)P(n) voor elk geheel getal nn vanaf een startwaarde
  • 2Basisstap: laat zien dat het eerste geval, meestal P(1)P(1), waar is
  • 3Inductiehypothese: neem aan dat P(k)P(k) waar is voor een willekeurige kk
  • 4Inductiestap: gebruik de hypothese om P(k+1)P(k+1) te bewijzen
  • 5Conclusie: net als bij een rij dominostenen is de uitspraak waar voor elke nn
  • 6Beide delen zijn nodig: een inductiestap zonder basisstap, of een paar gecontroleerde gevallen zonder stap, bewijzen niets

Veelgestelde vragen

De basisstap geeft P(1)P(1). De stap met k=1k = 1 geeft P(2)P(2), met k=2k = 2 geeft hij P(3)P(3), enzovoort. Elk positief geheel getal wordt na eindig veel stappen bereikt, dus geen enkele nn wordt overgeslagen.
De basisstap geeft P(1)P(1). De stap met k=1k = 1 geeft P(2)P(2), met k=2k = 2 geeft hij P(3)P(3), enzovoort. Elk positief geheel getal wordt na eindig veel stappen bereikt, dus geen enkele nn wordt overgeslagen.
Nee. Begin bij de eerste waarde vanaf waar de uitspraak moet gelden. De som van machten van 2 begint bij n=0n = 0. De uitspraak 2n>n22^n > n^2 is onwaar voor n=2,3,4n = 2, 3, 4 (bijvoorbeeld 24=16=422^4 = 16 = 4^2) en geldt voor elke n≥5n \ge 5, dus dat bewijs gebruikt de basisstap n=5n = 5.
Nee. Bij inductief redeneren raad je een algemene regel uit voorbeelden, en die kan fout zijn. Volledige inductie is een deductief bewijs: zodra de basisstap en de inductiestap bewezen zijn, staat het resultaat vast.
Bij sterke inductie neemt de hypothese aan dat P(1),P(2),…,P(k)P(1), P(2), \dots, P(k) allemaal waar zijn, niet alleen P(k)P(k). Dat is handig als P(k+1)P(k+1) van meerdere eerdere gevallen afhangt, bijvoorbeeld bij bewijzen over ontbinding in priemfactoren.

Woordenlijst

Volledige inductie
Een bewijsmethode die P(n)P(n) bewijst voor elk geheel getal nn vanaf een startwaarde, met een basisstap en een inductiestap
Basisstap
Het eerste geval van de uitspraak, meestal P(1)P(1), dat direct wordt gecontroleerd
Inductiehypothese
De aanname dat P(k)P(k) waar is voor een willekeurig geheel getal kk
Inductiestap
Het bewijs dat uit P(k)P(k) volgt dat P(k+1)P(k+1) waar is, voor elke kk vanaf de startwaarde
P(n)
De uitspraak die we willen bewijzen, geschreven als functie van het gehele getal nn
Conclusie
De laatste zin van een inductiebewijs: P(n)P(n) is waar voor elke nn vanaf de startwaarde

Formulekaart

Principe van volledige inductie

P(1) en (P(k)⇒P(k+1))⇒P(n) voor alle n≥1P(1) \text{ en } \big(P(k) \Rightarrow P(k+1)\big) \Rightarrow P(n) \text{ voor alle } n \ge 1

Basisstap plus inductiestap bewijzen de uitspraak voor elke $n$

Som van de eerste n gehele getallen

1+2+⋯+n=n(n+1)21 + 2 + \dots + n = \dfrac{n(n+1)}{2}

Voor $n = 5$: $15$

Som van de eerste n oneven getallen

1+3+⋯+(2n−1)=n21 + 3 + \dots + (2n-1) = n^2

Voor $n = 5$: $25$

Som van machten van 2

1+2+4+⋯+2n=2n+1−11 + 2 + 4 + \dots + 2^n = 2^{n+1} - 1

Voor $n = 6$: $127$

Meer over dit onderwerp