Eenzijdige limieten

Leer de linkerlimiet en de rechterlimiet te bepalen uit grafieken en gesplitste voorschriften, en beslis wanneer een limiet bestaat.

Gevorderd30 minLes

Definitie

Een eenzijdige limiet bekijkt een functie vanaf maar één kant van een punt.
  • De linkerlimiet lim⁡x→a−f(x)=L\lim_{x \to a^-} f(x) = L betekent: als xx naar aa gaat via waarden kleiner dan aa (bijvoorbeeld 1,91{,}9; 1,991{,}99; 1,9991{,}999 voor a=2a = 2), dan nadert f(x)f(x) tot LL.
  • De rechterlimiet lim⁡x→a+f(x)=M\lim_{x \to a^+} f(x) = M betekent: als xx naar aa gaat via waarden groter dan aa (bijvoorbeeld 2,12{,}1; 2,012{,}01; 2,0012{,}001), dan nadert f(x)f(x) tot MM.
Deze notatie ken je uit de les Limietnotatie: het kleine teken geeft de kant aan en hoort niet bij het getal, dus 3−3^- is niet −3-3. In deze les bereken je zulke limieten en beslis je daarmee of lim⁡x→af(x)\lim_{x \to a} f(x) bestaat.
De belangrijkste regel verbindt eenzijdige limieten met de (tweezijdige) limiet:
lim⁡x→af(x)=L  ⟺  lim⁡x→a−f(x)=L en lim⁡x→a+f(x)=L\lim_{x \to a} f(x) = L \iff \lim_{x \to a^-} f(x) = L \text{ en } \lim_{x \to a^+} f(x) = L
Als de twee eenzijdige limieten verschillen, dan bestaat de limiet in aa niet. De functiewaarde f(a)f(a) zelf telt nooit mee voor deze limieten: de functie mag in aa niet gedefinieerd zijn of daar een heel andere waarde hebben.

Probeer het meteen

Wat betekent x→3−x \to 3^-?

Uitgewerkte voorbeelden

De grafiek van ff toont de lijn y=x+1y = x + 1 voor x<1x < 1 (open rondje bij (1,2)(1, 2)) en de lijn y=x+3y = x + 3 voor x≥1x \ge 1 (dichte stip bij (1,4)(1, 4)). Bepaal lim⁡x→1−f(x)\lim_{x \to 1^-} f(x), lim⁡x→1+f(x)\lim_{x \to 1^+} f(x) en lim⁡x→1f(x)\lim_{x \to 1} f(x).

1

Volg de grafiek van links

Volg het linkerdeel naar x=1x = 1: de hoogtes naderen het open rondje bij y=2y = 2 → lim⁡x→1−f(x)=2\lim_{x \to 1^-} f(x) = 2

2

Volg de grafiek van rechts

Volg het rechterdeel naar x=1x = 1: de hoogtes naderen y=4y = 4 → lim⁡x→1+f(x)=4\lim_{x \to 1^+} f(x) = 4

3

Vergelijk beide kanten

2≠42 \neq 4, dus de grafiek springt bij x=1x = 1 → De eenzijdige limieten verschillen

4

Beslis over de limiet in 11

Verschillende eenzijdige limieten betekenen dat er geen enkele waarde wordt genaderd. De dichte stip f(1)=4f(1) = 4 verandert daar niets aan → lim⁡x→1f(x)\lim_{x \to 1} f(x) bestaat niet

Veelgemaakte fouten

De dichte stip f(a)f(a) als limiet nemen

Waarom het fout is: Een limiet beschrijft de hoogtes die de grafiek dicht bij aa nadert, niet de hoogte in aa. In voorbeeld 1 is f(1)=4f(1) = 4, maar van links nadert de grafiek 22.

Correct: Volg elke kant van de grafiek naar aa en negeer de stip bij x=ax = a. Gebruik f(a)f(a) alleen als er naar de functiewaarde gevraagd wordt.

x→3−x \to 3^- lezen als "xx nadert −3-3"

Waarom het fout is: Het kleine minteken staat achter het getal, als superscript. Het geeft de kant aan, niet het teken van het getal.

Correct: x→3−x \to 3^- betekent x=2,9x = 2{,}9; 2,992{,}99; 2,9992{,}999; ... (waarden onder 33). x→3+x \to 3^+ betekent x=3,1x = 3{,}1; 3,013{,}01; 3,0013{,}001; ...

Het deel dat x=ax = a bevat voor beide kanten gebruiken

Waarom het fout is: Bij f(x)=x+1f(x) = x + 1 voor x<1x < 1 en f(x)=x+3f(x) = x + 3 voor x≥1x \ge 1 beschrijft x+3x + 3 alleen de rechterkant. De linkerkant wordt altijd gegeven door het deel voor x<1x < 1.

Correct: Voor x→a−x \to a^- gebruik je de formule voor waarden net onder aa; voor x→a+x \to a^+ de formule voor waarden net boven aa. Het teken ≤\le of ≥\ge bepaalt alleen f(a)f(a).

Zeggen dat de limiet bestaat omdat beide eenzijdige limieten bestaan

Waarom het fout is: In voorbeeld 1 bestaan beide eenzijdige limieten (22 en 44), maar het zijn verschillende getallen, dus er is geen enkele waarde LL.

Correct: De limiet in aa bestaat alleen als beide eenzijdige limieten bestaan en gelijk zijn.

Interactieve visualisatie

Grafiek van de functie

-3-2-112345-2-1123456780xy

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

f
  • Bij x = 1: van links f(x) → 2, van rechts f(x) → 4. De waarden verschillen, dus de limiet bestaat niet (sprong). f(1) = 4.

Waardetabel

x0,90,9911,011,1
y1,91,9944,014,1

Grafiek van de functie

-4-3-2-11234-3-2-11230xy

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

y = |x|/x
  • Bij x = 0: van links y(x) → -1, van rechts y(x) → 1. De waarden verschillen, dus de limiet bestaat niet (sprong). y(0) is niet gedefinieerd.

Waardetabel

x-0,1-0,010,010,1
y-1-111

Grafiek van de functie

-2-10123456-505xy

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

y = (x^2 - 4)/|x - 2|
  • Bij x = 2: van links y(x) → -4, van rechts y(x) → 4. De waarden verschillen, dus de limiet bestaat niet (sprong). y(2) is niet gedefinieerd.

Waardetabel

x1,91,992,012,1
y-3,9-3,994,014,1

Interactieve sandbox

Interactieve grafiek

-10-50510-10-50510xy

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

Probeer deze voorbeelden:

y = 2x + 1

m=2, b=1

Expressiecalculator

Probeer deze:

Geschiedenis

Nog geen berekeningen

Oefenproblemen

18 opgaven
Opgave 1 van 18
Makkelijk

Wat betekent x→3−x \to 3^-?

Waarom het belangrijk is

Eenzijdige limieten zijn het gereedschap voor functies die in een punt van voorschrift wisselen:
  • Gesplitste voorschriften: belastingschijven, telefoonabonnementen en verzendkosten wisselen bij bepaalde waarden van formule, en je moet elke kant apart bekijken
  • Sprongen: een parkeertarief dat na een uur van 3 € naar 5 € springt, heeft een verschillende linkerlimiet en rechterlimiet
  • Absolute waarden: uitdrukkingen zoals ∣x∣x\frac{|x|}{x} gedragen zich anders voor negatieve en positieve xx
  • Continuïteit: in de lessen Continuïteit en Soorten discontinuïteiten gebruik je eenzijdige limieten om elke onderbreking in een grafiek in te delen
  • Analyse: afgeleiden van functies zoals ∣x∣|x| onderzoek je met linker- en rechterlimieten
Als een grafiek een onderbreking heeft, is de eerste vraag altijd: wat gebeurt er links, en wat gebeurt er rechts?

Toepassingen in de echte wereld

Parkeertarieven

Veel parkeergarages rekenen per begonnen uur, dus de prijs springt bij elk vol uur. Eenzijdige limieten beschrijven de prijs net voor en net na de sprong.

Voorbeeld:

Een garage rekent P(t)=3P(t) = 3 € voor 0<t≤10 < t \le 1 uur en P(t)=5P(t) = 5 € voor 1<t≤21 < t \le 2 uur. Net voor een uur betaal je 3 €, net erna 5 €.

1Probeer het zelf

De garage gebruikt P(t)=3P(t) = 3 voor 0<t≤10 < t \le 1 en P(t)=5P(t) = 5 voor 1<t≤21 < t \le 2 (tt in uren, prijs in €).

Met hoeveel euro springt de prijs bij t=1t = 1?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Rechterlimiet min linkerlimiet bij t=1t = 1:

Een helling zonder opstapje bouwen

Wie een helling op een platform aansluit, moet zorgen dat de hoogtes van beide kanten op elkaar aansluiten. Anders ontstaat er een opstapje waarover je kunt struikelen.

Voorbeeld:

Een helling heeft hoogte h(x)=0,2xh(x) = 0{,}2x meter voor 0≤x<50 \le x < 5, en bij x=5x = 5 begint een platform met constante hoogte cc. Helling en platform sluiten precies zonder opstapje aan als lim⁡x→5−h(x)=c\lim_{x \to 5^-} h(x) = c.

2Probeer het zelf

De helling heeft hoogte h(x)=0,2xh(x) = 0{,}2x voor 0≤x<50 \le x < 5 en het platform hoogte cc voor x≥5x \ge 5 (alle lengtes in meter).

Bij welke platformhoogte cc is er geen opstapje bij x=5x = 5?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

De platformhoogte moet gelijk zijn aan de linkerlimiet bij x=5x = 5:

Mobiele databundels

Een databundel heeft vaak een vaste prijs tot een grens en daarna een toeslag per gigabyte. Eenzijdige limieten laten zien of de prijs bij die grens springt.

Voorbeeld:

Een bundel kost C(g)=10C(g) = 10 € voor 0≤g≤50 \le g \le 5 GB en C(g)=10+2(g−5)C(g) = 10 + 2(g - 5) € voor g>5g > 5. Net boven 5 GB begint de prijs te stijgen, maar hij start bij 10.

3Probeer het zelf

De bundel kost C(g)=10C(g) = 10 voor 0≤g≤50 \le g \le 5 en C(g)=10+2(g−5)C(g) = 10 + 2(g - 5) voor g>5g > 5 (gg in GB, prijs in €).

Wat is lim⁡g→5C(g)\lim_{g \to 5} C(g)?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Bepaal beide eenzijdige limieten bij g=5g = 5 en vergelijk ze:

Belangrijke punten

  • 1lim⁡x→a−f(x)\lim_{x \to a^-} f(x) is de linkerlimiet: xx nadert aa via waarden kleiner dan aa
  • 2lim⁡x→a+f(x)\lim_{x \to a^+} f(x) is de rechterlimiet: xx nadert aa via waarden groter dan aa
  • 3lim⁡x→af(x)=L\lim_{x \to a} f(x) = L precies als beide eenzijdige limieten bestaan en allebei gelijk zijn aan LL
  • 4Als de eenzijdige limieten verschillen (een sprong), bestaat de limiet in aa niet
  • 5Bij een gesplitst voorschrift gebruik je links het deel voor waarden net onder aa en rechts het deel voor waarden net boven aa
  • 6De functiewaarde f(a)f(a) (open rondje of dichte stip) verandert nooit een limiet

Veelgestelde vragen

Ja, en dat is het typische geval bij een sprong. Bij ∣x∣x\frac{|x|}{x} in 00 bestaan beide eenzijdige limieten (−1-1 en 11), maar de limiet in 00 bestaat niet, omdat ze verschillen.
Ja, en dat is het typische geval bij een sprong. Bij ∣x∣x\frac{|x|}{x} in 00 bestaan beide eenzijdige limieten (−1-1 en 11), maar de limiet in 00 bestaat niet, omdat ze verschillen.
Geen van beide. Rondjes en stippen tonen alleen de functiewaarde f(a)f(a). De limieten volgen uit de kromme aan elke kant, terwijl die x=ax = a nadert.
Dan heeft maar één eenzijdige limiet zin. Bij x\sqrt{x} in 00 zijn er links geen waarden, dus gebruiken we lim⁡x→0+x=0\lim_{x \to 0^+} \sqrt{x} = 0. Aan de rand van het domein is de eenzijdige limiet de natuurlijke vraag.
Ja. Zo wordt 1x\frac{1}{x} onbegrensd groot als x→0+x \to 0^+. Die gevallen komen aan bod in de les Oneindige limieten; in deze les zijn alle eenzijdige limieten getallen.

Woordenlijst

Eenzijdige limiet
Een limiet die alleen waarden van xx aan één kant van aa gebruikt
Linkerlimiet
De waarde die f(x)f(x) nadert als x→a−x \to a^-, via waarden kleiner dan aa
Rechterlimiet
De waarde die f(x)f(x) nadert als x→a+x \to a^+, via waarden groter dan aa
Tweezijdige limiet
De gewone limiet lim⁡x→af(x)\lim_{x \to a} f(x); die bestaat alleen als de linkerlimiet en de rechterlimiet gelijk zijn
Gesplitst voorschrift
Een functie die op verschillende intervallen van xx door verschillende formules gegeven wordt
Sprongdiscontinuïteit
Een onderbreking waar beide eenzijdige limieten bestaan maar verschillen, zodat de grafiek springt

Formulekaart

Linkerlimiet

lim⁡x→a−f(x)\lim_{x \to a^-} f(x)

$x$ nadert $a$ van links (waarden kleiner dan $a$)

Rechterlimiet

lim⁡x→a+f(x)\lim_{x \to a^+} f(x)

$x$ nadert $a$ van rechts (waarden groter dan $a$)

Wanneer de limiet bestaat

lim⁡x→af(x)=L  ⟺  lim⁡x→a−f(x)=lim⁡x→a+f(x)=L\lim_{x \to a} f(x) = L \iff \lim_{x \to a^-} f(x) = \lim_{x \to a^+} f(x) = L

Beide eenzijdige limieten moeten bestaan en gelijk zijn

Absolute waarde per kant

∣x−a∣=x−a|x - a| = x - a voor x>ax > a, ∣x−a∣=−(x−a)|x - a| = -(x - a) voor x<ax < a

Gebruik dit om uitdrukkingen met absolute waarden aan elke kant te vereenvoudigen

Meer over dit onderwerp