Formule voor verandering van grondtal

Gebruik de formule voor verandering van grondtal om een logaritme met elk grondtal te berekenen met de log- of ln-toets van je rekenmachine.

Gevorderd25 minLes

Definitie

De meeste rekenmachines hebben maar twee logaritmetoetsen: log (grondtal 10, de briggse logaritme) en ln (grondtal ee, de natuurlijke logaritme). Met de formule voor verandering van grondtal bereken je een logaritme met elk grondtal met een van die toetsen:
log⁡bx=log⁡cxlog⁡cb\log_b x = \frac{\log_c x}{\log_c b}
Hierbij is x>0x > 0, b>0b > 0, b≠1b \neq 1, en het nieuwe grondtal cc mag elk positief getal behalve 11 zijn. In de praktijk kies je c=10c = 10 of c=ec = e:
log⁡bx=log⁡xlog⁡b=ln⁡xln⁡b\log_b x = \frac{\log x}{\log b} = \frac{\ln x}{\ln b}
Waarom het werkt: stel y=log⁡bxy = \log_b x. Dan is by=xb^y = x. Neem aan beide kanten de briggse logaritme: log⁡(by)=log⁡x\log(b^y) = \log x. Met de machtsregel wordt dat y⋅log⁡b=log⁡xy \cdot \log b = \log x, dus y=log⁡xlog⁡by = \dfrac{\log x}{\log b}.
Voorbeeld: log⁡350=log⁡50log⁡3≈1,698970,47712≈3,56\log_3 50 = \dfrac{\log 50}{\log 3} \approx \dfrac{1{,}69897}{0{,}47712} \approx 3{,}56 (afgerond op 2 decimalen). Controle: 33,56≈503^{3{,}56} \approx 50.
Een handig speciaal geval: als je het grondtal en het argument verwisselt, krijg je het omgekeerde,
log⁡ba=1log⁡ab\log_b a = \frac{1}{\log_a b}
Afronden: doe de hele deling op de rekenmachine en rond alleen het eindantwoord af, op zoveel decimalen als de opgave vraagt.

Probeer het meteen

Welke uitdrukking is gelijk aan log⁡520\log_5 20?

Uitgewerkte voorbeelden

Bereken log⁡350\log_3 50. Rond af op 2 decimalen.

1

Schrijf de formule voor verandering van grondtal op met grondtal 10

log⁡350=log⁡50log⁡3\log_3 50 = \dfrac{\log 50}{\log 3}

2

Bepaal beide briggse logaritmen met de rekenmachine

log⁡50≈1,69897\log 50 \approx 1{,}69897 en log⁡3≈0,47712\log 3 \approx 0{,}47712 → Houd voorlopig alle cijfers

3

Deel en rond pas aan het eind af

1,69897:0,47712≈3,560881{,}69897 : 0{,}47712 \approx 3{,}56088 → ≈3,56\approx 3{,}56

4

Controleer met de definitie

33=273^3 = 27 en 34=813^4 = 81, dus het antwoord moet tussen 3 en 4 liggen. Ook is 33,56≈503^{3{,}56} \approx 50 → Klopt

Veelgemaakte fouten

De breuk omgekeerd opschrijven: log⁡350=log⁡3log⁡50≈0,28\log_3 50 = \dfrac{\log 3}{\log 50} \approx 0{,}28

Waarom het fout is: Het grondtal hoort in de noemer. Een snelle schatting laat de fout zien: 33=273^3 = 27 en 34=813^4 = 81, dus log⁡350\log_3 50 moet tussen 3 en 4 liggen, niet onder 1.

Correct: Argument boven, grondtal onder: log⁡350=log⁡50log⁡3≈3,56\log_3 50 = \dfrac{\log 50}{\log 3} \approx 3{,}56

Van een quotiënt van logaritmen de logaritme van een quotiënt maken: log⁡50log⁡3=log⁡503≈1,22\dfrac{\log 50}{\log 3} = \log\dfrac{50}{3} \approx 1{,}22

Waarom het fout is: De quotiëntregel zegt log⁡50−log⁡3=log⁡503\log 50 - \log 3 = \log \dfrac{50}{3}. Die gaat over een verschil van logaritmen, niet over een deling.

Correct: log⁡50log⁡3\dfrac{\log 50}{\log 3} is een gewone deling van twee getallen: 1,69897:0,47712≈3,561{,}69897 : 0{,}47712 \approx 3{,}56

Het woord log wegstrepen: log⁡50log⁡3=503≈16,67\dfrac{\log 50}{\log 3} = \dfrac{50}{3} \approx 16{,}67

Waarom het fout is: log is een functie, geen factor. Je kunt het niet wegdelen zoals een gemeenschappelijk getal in een breuk.

Correct: Bereken eerst log⁡50\log 50 en log⁡3\log 3 en deel dan: ≈3,56\approx 3{,}56

Te vroeg afronden: 1,700,48≈3,54\dfrac{1{,}70}{0{,}48} \approx 3{,}54

Waarom het fout is: Als je log⁡50\log 50 en log⁡3\log 3 afrondt voordat je deelt, verandert de tweede decimaal van het antwoord.

Correct: Deel met alle cijfers van de rekenmachine (of typ log(50)/log(3) in één keer in) en rond alleen het eindantwoord af: 3,563{,}56

Interactieve visualisatie

Grafiek van de functie

0102030405060-202468xy(50; 3,56)x = 0

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

Tik op een naam om de grafiek te tonen of te verbergen.

Asymptoot

Waardetabel

x1231050
log(x) / log(b)00,6309312,09593,56088
ln(x) / ln(b)00,6309312,09593,56088

Interactieve sandbox

Interactieve grafiek

-10-50510-10-50510xy

Tik op de grafiek of beweeg er met de muis over om waarden af te lezen.

Probeer deze voorbeelden:

y = 2x + 1

m=2, b=1

Expressiecalculator

Probeer deze:

Geschiedenis

Nog geen berekeningen

Oefenproblemen

18 opgaven
Opgave 1 van 18
Makkelijk

Welke uitdrukking is gelijk aan log⁡520\log_5 20?

Waarom het belangrijk is

Pas met de formule voor verandering van grondtal worden logaritmen echt bruikbaar:
  • Elk grondtal op elke rekenmachine: log⁡2\log_2, log⁡3\log_3 of log⁡1,05\log_{1{,}05} worden één deling met de log- of ln-toets.
  • Geld en groei: de tijd waarin spaargeld verdubbelt bij 5 % rente per jaar is log⁡1,052=log⁡2log⁡1,05≈14,21\log_{1{,}05} 2 = \dfrac{\log 2}{\log 1{,}05} \approx 14{,}21 jaar.
  • Informatica: binair zoeken en bits gebruiken grondtal 2. Zoeken in 1 000 000 gesorteerde items kost ongeveer log⁡21000000≈19,93\log_2 1000000 \approx 19{,}93, dus 20 halveringen.
  • Biologie: een populatie die elk uur verdrievoudigt, heeft log⁡3500≈5,66\log_3 500 \approx 5{,}66 uur nodig om 500 keer zo groot te worden.
  • Vergelijkingen oplossen: elke exponentiële vergelijking zoals 2x=502^x = 50 heeft als oplossing x=log⁡250x = \log_2 50, en die bereken je met deze formule.
De formule verklaart ook waarom log⁡\log en ln⁡\ln genoeg zijn: elke andere logaritme is gewoon een van die twee gedeeld door een constante.

Toepassingen in de echte wereld

Wanneer is je spaargeld verdubbeld?

Bij jaarlijkse samengestelde rente wordt het geld elk jaar met dezelfde groeifactor vermenigvuldigd. De verdubbelingstijd is een logaritme met die factor als grondtal.

Voorbeeld:

Bij 3 % per jaar is de groeifactor 1,031{,}03, dus het geld verdubbelt als 1,03t=21{,}03^t = 2, dat is na t=log⁡1,032t = \log_{1{,}03} 2 jaar.

1Probeer het zelf

Je zet 1000 € op een spaarrekening met 3 % rente per jaar, die één keer per jaar wordt bijgeschreven.

Na hoeveel jaar is het geld verdubbeld?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Schrijf log⁡1,032\log_{1{,}03} 2 als quotiënt van twee briggse logaritmen (typ de uitdrukking in de vorm log(a)/log(b), niet de afgeronde waarde):

Binair zoeken in de informatica

Binair zoeken vindt een item in een gesorteerde lijst door de lijst steeds te halveren. Het aantal halveringen is een logaritme met grondtal 2, en computers berekenen die met verandering van grondtal.

Voorbeeld:

Een gesorteerde lijst met 1024 namen vraagt log⁡21024=10\log_2 1024 = 10 halveringen, want 210=10242^{10} = 1024.

2Probeer het zelf

Een database bevat 1 000 000 gesorteerde records. Elke stap van binair zoeken halveert het aantal records dat overblijft.

Hoeveel halveringen zijn nodig om bij één record uit te komen?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Schrijf log⁡21000000\log_2 1000000 als quotiënt van twee briggse logaritmen (typ de uitdrukking in de vorm log(a)/log(b), niet de afgeronde waarde):

Bacteriën die elk uur verdrievoudigen

Sommige bacterieculturen verdrievoudigen elk uur. De tijd tot een bepaalde grootte is een logaritme met grondtal 3.

Voorbeeld:

Na 2 uur is de cultuur 32=93^2 = 9 keer zo groot, na 4 uur 34=813^4 = 81 keer zo groot.

3Probeer het zelf

Een cultuur verdrievoudigt elk uur. Een lab wil dat ze 500 keer zo groot wordt als aan het begin.

Hoeveel uur duurt dat?

Stap 1: Schrijf de wiskundige uitdrukking

Schrijf log⁡3500\log_3 500 als quotiënt van twee briggse logaritmen (typ de uitdrukking in de vorm log(a)/log(b), niet de afgeronde waarde):

Belangrijke punten

  • 1Formule voor verandering van grondtal: log⁡bx=log⁡cxlog⁡cb\log_b x = \dfrac{\log_c x}{\log_c b} voor elk nieuw grondtal c>0c > 0, c≠1c \neq 1
  • 2Op de rekenmachine neem je c=10c = 10 of c=ec = e: log⁡bx=log⁡xlog⁡b=ln⁡xln⁡b\log_b x = \dfrac{\log x}{\log b} = \dfrac{\ln x}{\ln b}, beide geven hetzelfde antwoord
  • 3Het argument komt boven, het grondtal onder
  • 4Het werkt omdat uit by=xb^y = x met de machtsregel ylog⁡b=log⁡xy \log b = \log x volgt, dus y=log⁡xlog⁡by = \dfrac{\log x}{\log b}
  • 5Grondtal en argument verwisselen geeft het omgekeerde: log⁡ba=1log⁡ab\log_b a = \dfrac{1}{\log_a b}
  • 6Deel met alle cijfers en rond alleen het eindantwoord af, op het gevraagde aantal decimalen

Veelgestelde vragen

Allebei is goed. log⁡50log⁡3\dfrac{\log 50}{\log 3} en ln⁡50ln⁡3\dfrac{\ln 50}{\ln 3} zijn allebei ≈3,56\approx 3{,}56. Gebruik alleen boven en onder dezelfde soort logaritme.
Allebei is goed. log⁡50log⁡3\dfrac{\log 50}{\log 3} en ln⁡50ln⁡3\dfrac{\ln 50}{\ln 3} zijn allebei ≈3,56\approx 3{,}56. Gebruik alleen boven en onder dezelfde soort logaritme.
De toets geeft je het getal, maar de formule heb je nog steeds nodig voor exacte waarden zoals log⁡48=32\log_4 8 = \dfrac{3}{2}, om uitdrukkingen te vereenvoudigen, om vergelijkingen met de hand op te lossen en bij toetsen waar alleen log en ln mogen. De toets zelf rekent intern met verandering van grondtal.
Op zoveel als de opgave vraagt. Staat er niets, dan zijn 2 tot 4 decimalen gebruikelijk (bijvoorbeeld log⁡350≈3,56\log_3 50 \approx 3{,}56 of 3,56093{,}5609). Rond altijd maar één keer af, helemaal aan het eind.
Met verandering van grondtal is log⁡ba=log⁡alog⁡b\log_b a = \dfrac{\log a}{\log b} en log⁡ab=log⁡blog⁡a\log_a b = \dfrac{\log b}{\log a}. Als je de twee breuken vermenigvuldigt, valt alles tegen elkaar weg en blijft 11 over. De twee logaritmen zijn dus elkaars omgekeerde.

Woordenlijst

Formule voor verandering van grondtal
De regel log⁡bx=log⁡cxlog⁡cb\log_b x = \dfrac{\log_c x}{\log_c b} die een logaritme herschrijft met een nieuw grondtal cc
Grondtal
Het getal bb in log⁡bx\log_b x, het getal dat tot een macht wordt verheven; het moet positief zijn en niet 11
Argument
Het getal xx in log⁡bx\log_b x waarvan je de logaritme neemt; het moet positief zijn
Briggse logaritme
De logaritme met grondtal 10, geschreven als log⁡x\log x (de log-toets)
Natuurlijke logaritme
De logaritme met grondtal e≈2,718e \approx 2{,}718, geschreven als ln⁡x\ln x (de ln-toets)
Omgekeerde
Het getal 1a\dfrac{1}{a} bij een getal a≠0a \neq 0; log⁡ba\log_b a en log⁡ab\log_a b zijn elkaars omgekeerde

Formulekaart

Verandering van grondtal (elk grondtal)

log⁡bx=log⁡cxlog⁡cb\log_b x = \dfrac{\log_c x}{\log_c b}

Elk nieuw grondtal $c > 0$, $c \neq 1$

Met briggse logaritmen

log⁡bx=log⁡xlog⁡b\log_b x = \dfrac{\log x}{\log b}

Met de log-toets

Met natuurlijke logaritmen

log⁡bx=ln⁡xln⁡b\log_b x = \dfrac{\ln x}{\ln b}

Met de ln-toets, zelfde uitkomst

Regel van het omgekeerde

log⁡ba=1log⁡ab\log_b a = \dfrac{1}{\log_a b}

Grondtal en argument verwisselen keert de waarde om

Meer over dit onderwerp